In februari of maart begint het meestal al te kriebelen bij de moestuinier; er moet iets gedaan worden aan de groentetuin! Zoveel kun je dan nog niet doen. Je kunt de grond vrij maken van onkruid en de grond alvast bemesten.

De beste mest is verse koemest gemengd met stro, maar daar kom je tegenwoordig niet zo makkelijk meer aan. Dan kun je ook koemestkorrels of kunstmestkorrels op de grond aanbrengen en deze in de bovenste laag aarde harken.

Voorzaaien

Ook kun je binnen alvast wat voorzaaien, zoals paprika's, tomaten en komkommers die je dan na half mei in de moestuin kunt planten. Hiervoor zijn handige kweekkasjes en voorzaaibakjes van geperste turf voor in de handel. Vanaf april kan het echte buiten verbouwen beginnen en kun je de eerste spinazie, bieten en erwten zaaien.

Maar houd er met veel gewassen rekening mee dat ze niet tegen vorst kunnen. Courgettes kun je echt pas na half mei, als de zogenaamde 'ijsheiligen' geweest zijn, buiten zaaien of planten. Voor bonen geldt hetzelfde en ook bladgewassen als kropsla moet je nooit te vroeg buiten willen planten.

Wisselbouw

Een belangrijk thema in je moestuin is de wisselbouw. Dit betekent dat je nooit jaar na jaar dezelfde groenten kunt verbouwen op een stuk grond. Het beste is om de moestuin in vier compartimenten op te delen en dan elk jaar een ander stuk grond te kiezen per plantengroep. Wissel de bladgewassen, de peulgewassen, de koolgewassen en de wortelgewassen steeds met elkaar af om de grond niet uit te putten van voedingsstoffen. Ziektes krijgen hierdoor ook minder kans.

Klimrekken

Bij het verbouwen van de meeste peulvruchten moet je niet alleen aan de oppervlakte denken, maar ook in de hoogte. Vooral sperziebonen en snijbonen vragen om klimmogelijkheden tot wel twee meter hoog. Hiervoor kun je bijvoorbeeld bamboestokken gebruiken. Voor erwten en peulen kun je kippengaas van een meter hoog spannen, zodat ze een stevige basis hebben.

Resultaat

Een moestuin vraagt continu aandacht. Van begin tot eind moet je de tuin onkruidvrij proberen te houden. Als je in rijtjes zaait of plant weet je precies waar je dus niet moet wieden. Soms is de grond te droog en moet er bewaterd worden en sommige planten moet je tussendoor wat snoeien om de oogst te vergroten. Veel werk dus, maar het resultaat is zoveel smaakvoller dan de oogst uit de groente-industrie!